You are on page 1of 20

Logistiek

Week 1

Bij het 7s model is voor logistiek systemen het belangrijkste onderdeel.
Sleutelvaardigheden is ook een belangrijk punt. Dit houdt in waar onderscheiden ze zich in
vergeleken met de concurrenten.




Stappen van logistiek raamwerk bij productielogistiek.
- Als je een fabriek/bedrijf gaat beginnen moet je eerst de grondvorm bepalen=fysieke
inrichting van de ruimte
- Procedures handleidingen bepalen, hoe gaan we het aansturen. Welke functies zijn er nodig.
- Welke informatie heb ik nodig. Hoeveel producten er gereed zijn, wat er in het magazijn ligt.
Productie moet je weten
- Personeel aannemen, arbeidsmarkt op voor elke functie iemand aannemen.






Productiegrondvormen: hoe richt je de productievloer in?

Continue fabricage
- Productieproces van tevoren vastgesteld en ingericht
- Productie volgens een vaste werkwijze
Dit is lopende band werk. Bij continue fabricage wordt het product van a tot z in een keer
geproduceerd. Het product staat daarbij nergens stil er is dus geen tussen voorraad.

Continue fabricage: Maximale arbeidsdeling, grote hoeveelheden van steeds
min of meer hetzelfde product
Relatief goedkoop
Lijn is niet flexibel!!
Bv auto’s (gestert met Taylor en Ford)

Geen variatie, geen onzekerheid

Vaak lijnopstelling, product voortdurend in beweging
Bewerking per stuk
Machines hoeven niet steeds te werken

Als een product zelf door de omgeving kan stromen!
Productstroomgerichte indeling


Functionele fabricage
- Productieproces is op basis van functies ontworpen en ingericht
Elke afdeling in de organisatie is verantwoordelijk voor een klein stukje van het product. Ze doen dus
allemaal een klein stukje van een product. Het werkt niet als een totaal bedrijf. Naar de eerste stap
staat het stil(tussenvoorraad) en als de volgende stap klaar is gaat ze door met de tussenvoorraad.
Net zoals bij een tafel. Eerst zagen, naar zagen schuren, in elkaar zetten, verven.

Bij continue fabricage vereiste constante vraag en dit moet dezelfde vraag zijn(massaproductie)
functionele fabricage zijn het vaak kleine series van een bepaald product.
Functionele fabricage: bv een fietsenfabrikant
als er veel variaties mogelijk zijn

Product steeds slechts korte tijd in bewerking,
tussenvoorraden!!

Grote aantallen naast elkaar
Series op speciale machines
Hierbij zijn tussenvoorraden. Dit is niet integraal(allesomvattend) goede communicatie is nodig
tussen afdelingen. Als dit niet is kan er sub optimalisatie opslaan= eenzijdige verbetering. Als je een
afdeling gaat verbeteren, bijvoorbeeld zagen. Dan ligt daar de focus en kan de rest van de afdelingen
het niet bijhouden.









Groepsgewijze fabricage (mengvorm)
- Ontwerp en inrichting van het productieproces volgen de orderstroom; werken in teams,
verantwoordelijk voor uitvoering van de hele order
Je pakt van beide de voordelen. Je gaat met grote teams werken.

roepsgewijze fabricage: past bij het principe dat alles tegenwoordig
klantgericht is
Complete order wordt aan een team gekioppeld

Machines zo gegroepeerd dat er in kleine series
gewerkt kan worden zonder tussenvoorraden!

Groepen op elkaar gelijkende producten stromen
op een logische wijze door de productieomgeving.

Productie opgedeeld in autonome groepen

Ook wel : Teamsgewijze fabricage

Verschillende specialiteiten die samen een team worden.
Bijvoorbeeld een fiets. Op het begin komen alle artikelen binnen productie groep 1 maakt alleen
framen. Productiecel 2 alleen sturen en productiecel 3 alleen wielen. Dit word samengevoegd. Er is
geen tussenvoorraad. Vanaf de eerste productiecel gaat het meteen door naar samenvoegen. Zo
gaat het ook bij 2. Je blijft hierdoor heel wendbaar.


Productiebesturing

Materiaalgeoriënteerd produceren
- Aanvoer en voorrraadbeheersing van het materiaal staan centraal
- Kenlpunt dat de aanvoer van de materialen niet goed gaat.

Capaciteitsgeoriënteerd produceren
- De beheersing van de gebruikte machines staat centraal
- De machines kunnen een bottleneck zijn
- De mensen en middelen financieen zijn niet toereikend.
- Vaak continue fabricage omdat er veel columes gemaakt worden.









Productiegrondvorm-weergave volgens de logistieke tekenvormen
Functionele fabricage want de voorraden liggen tussen de processen stil(tussenvoorraad)



BOM: Bill Of Material

Wat is een BOM is de bill of material. De stuklijst/ ingrediënten lijst wat er nodig is om het product
te maken.

Wie maakt een BOMDe ontwerper van een product maakt dit. Hij moet een product opleveren
met een stuklijst waarvan het gemaakt wordt.

Waartoe dient de BOM
- Wat moet er ingekocht worden en wat moet er gemaakt worden
- Financieen moet kijken wat het gaat kosten
- Verkoop moet weten wat er in mijn product zit.

Bill of Material (BOM) van een verzamelwagentje

Bovenaan staat het uiteindelijke product. Een laag daaronder zie je dat het uit verschillende
producten/onderdelen zijn(dit zijn de hoofdonderdelen). Stapje verder dat de hoofdonderdelen uit
kleinere onderdelen bestaan. Deze onderdelen zijn ook weer opgedeeld in andere onderdelen. Je
weet zo precies wat er in het product aanwezig is. je kunt zo goed zijn wat je nodig hebt en dan kun
je kijken hoeveel je nodig hebt en wanneer het ingekocht moet worden.
Wat je nodig hebt kun je vastleggen in een MRP I (Material Requirements Planning)(onthoudt deze
naam)
Westerse besturingssysteem  gaat er vanuit dat de producten op basis van prognose worden
geproduceerd. Koop 1 en 2. Meer massa produceren .

Oosterse besturingssysteem  gaan pas machines aanzetten als de order er daadwerkelijk is. zo
weinig mogelijk voorraad net zoals Scania. Als er een leverancier niet of niet goed levert dan ligt alles
stil.

MRP systemen: PUSH systemen: grondstoffen, onderdelen etc worden de fabriek ingeduwd.
Besturingsconcept uit de westerse wereld (start ca. 1970)
Voor 1979: kaartenbakken etc

MRP 1: set rekenregels waarmee de werkelijke toekomstige behoefte aan materiaal kan worden
berekend!!

Essentie van het MRP 1 systeem:
Als je de vraag van een klant naar een product kent (= de onafhankelijke vraag) en
weet wanneer (= tijd) de klant het product wil hebben
kun je de afhankelijke vraag (= wanneer zijn onderdelen etc nodig?)
middels MRPI berekenen

Wat is de essentie van een MRP I systeem  wat je weet wat je al verkocht heb je weet wat je al
verkocht en weet wat er nodig is geeft het systeem aan wanneer iets bestelt moet worden(bij
westerse besturingssysteem)

MRP1:
Belangrijke begrippen

Onafhankelijke vraag: Welke eindproducten wil de klant?
- Echte klantenorders
- Vraagvoorspellingen eindproducten
- Service onderdelen
- Onderdelen R&D, pilotseries etc
Onafhankelijke vraag: is de vraag naar eindproducten, hoeveel eindproducten heb je nodig. Je kijkt
naar de order in het systeem en kijkt naar de prognose.

- Tijdfasering: wanneer moeten de eindproducten beschikbaar zijn?
- Tijd wordt ingedeeld in buckets
- Werking MRP I:

Tijdsfasering: dat heeft met je product te maken. Het bepaald of je per week dag maand kijkt.

Afhankelijke vraag is de vraag naar onderdeln.
- Vanuit het MPS (onafhankelijke vraag in de tijd) wordt de afhankelijke vraag (onderdelen
etc.) berekend = de Bruto behoefte

- Er wordt rekening gehouden met de aanwezige voorraad, inkooporders, behoefte lopende
productieorders etc. Hieruit volgt de Netto inkoop- en productiebehoefte



MRP I
Welke informatie moet er beschikbaar zijn om het mogelijk te maken een MRP-run te laten
plaatsvinden?
- BOM
- Levertijden
- Onafhankelijke vraag
- Doorlooptijd
- Bestelgrootte
- Voorraden
- Inkooporders
- Veiligheidsvoorraad

Onafhankelijke vraag: Welke eindproducten wil de klant?
- Echte klantenorders
- Vraagvoorspellingen eindproducten
- Service onderdelen
- Onderdelen R&D, pilotseries etc
- Tijdfasering: wanneer moeten de eindproducten beschikbaar zijn?
- Tijd wordt ingedeeld in buckets
- Werking MRP I:
- Vanuit het MPS (onafhankelijke vraag in de tijd) wordt de afhankelijke vraag (onderdelen
etc.) berekend = de Bruto behoefte

Er wordt rekening gehouden met de aanwezige voorraad, inkooporders, behoefte lopende
productieorders etc. Hieruit volgt de Netto inkoop- en productiebehoefte

MRP I
Wat gebeurt er feitelijk als je een MRP-run draait?
Berekend wanneer en wat er besteld moet worden

MRP I

Welke informatie heb je nodig om een MRP I systeem te laten draaien? Belangrijkste:
Onafhankelijke vraag en de vraagtijd is bekend, wordt zichtbaar gemaakt in een MPS (master
production schedule) ofwel Hoofd Productie Plan
BOM’s beschikbaar
Voorraadstanden bekend
Lopende inkooporders bekend
Lopende productieorders bekend
Inkooptijden/doorlooptijden bekend

MRP II (Manufacturing Resources Planning)

Wat is de essentie van een MRP II systeem?
Is een uitbreiding van MRP I. is hoeveel mensen/machines/middelen je nodig hebt. Hiermee houdt je
ook rekening met de capaciteit van je medewerkers machines financiën . Gaat niet alleen in op de
grondstoffen.

MRP II(manufacturing Resources Planning


ERP (= Enterprise Resources Planning)

Wat is de essentie van een ERP systeem? Dit systeem gaat over de hele organisatie. kan verschillende
klanten of producten zien. De magazijn hoeveelheden.

Na de keuze voor de grondvorm van de productie en de productiebesturing volgt het
informatiesysteem

ERP:
Enterprise Resourse Planning (sinds ca. 1990 en verder), logische uitbreiding op MRP-systemen

Standaard informatiesystemen die verantwoordelijk zijn voor de integrale ondersteuning van de
activiteiten binnen een organisatie

ERP-systemen: het ERP systeem werkt met geïntegreerde software: gegevens slechts één keer
invoeren

Structuur ERP-systeem: een centrale database met daaromheen een schil van applicaties voor
verschillende functionaliteiten voor bv:
- productie
- financiële activiteiten
- voorraad/inkoopactiviteiten
- HRM
- verkoop/marketing
- distributie
- verslagleggingsactiviteiten
Leveranciers: bv SAP, Baan en Exact (voor het MKB)

MRP I
Week 2



Pull bij formule 1 komen pas in actie als het moet van de chauffeur.

• Het Just In Time (JIT) concept is gebaseerd op:
–  het voorkomen van verspillingen
– Jidohka  beslissingsbevoegdheid op de werkvloer
•  leg productie stil, spoor fout op en los definitief op

- Besturingsconcept uit de “oosterse” wereld: JIT-systemen
- Japanse productiefilosofie
- Je gaat pas iets produceren als de markt erom vraagt pull-systeem
- Alle bedrijfsprocessen dienen op het pull-systeem te worden afgestemd (JIT)
- Het besturingsconcept is afkomstig van Taiichi Ohno  de ontwerper van de Toyota
autofabrieken



Jidohka wanneer iemand besluit om de band stil te leggen. Is er een groot probleem. Alles is geplant
dus alles wat verkeerd is moet heel snel worden opgelost anders wordt het product meteen te laat
verzonden.


- Het just in Time(JIT) concept is gebasseerd op:
 Het voorkomen van de verspilling( verspilling is LEAN)
• Voorkom verspillingen, zoals
– overproductie; seriegrootte mag 1 zijn( meer overheid dan dat er vraag is)
– nodeloos wachten (wachten op een processtap bijvoorbeeld)
– nodeloos transport tussen bewerkingen( verplaatsen van materialen/producten)
– processen die niet optimaal functioneren( over processing, onnodige bewerkingen)
– excessieve voorraden; moeten echt minimale voorraden zijn!(tussenvoorraden,
onnodige grondstoffen)
– overbodige bewegingen medewerkers( zoeken en onnodig lopen en verplaatsen)
– defecte producten (fouten, afkeur, scrap of slechte kwaliteit)
– onbenutte kennis( niet gebruiken van aanwezige kennis/kunde)

• Just In Time: Kanban systeem


Japanse productiefilosofie  klantvraag  productie  inkomsten
Pull-mechanisme  de producten worden de fabriek uit getrokken (door klant)
Onderdelen gaan pas naar de volgende schakel in het productieproces als er daar behoefte aan is 
voorkom (voorraad-) verspillingen

JIT functioneert met behulp van KANBANS = kaartjes (communicatiemiddel)
Ieder bakje met onderdelen heeft een kanban (met vermelding van de inhoud)  als inhoud bakje bij
volgende productieschakel wordt verbruikt wordt de kanban teruggestuurd  deze kanban is het
signaal dat er weer geproduceerd mag worden
Kanbans kun je ook richting detoeleverancier gebruiken

2 soorten Kanbans
- Productiekanbans
- transportkanbans





Kaizen = continue verbeteren



Vanuit mensen en verbeteringen
Als je je organisatie wil verbeteren moet je dit in kleine stappen doen.
Veel gebruikt(twee bakjes)  two-bin systeem
JIT vaak bij eenvoudige producten (fiets etc)  vaak toegepast na KOOP
JIT in combinatie met Kaizen  bezig zijn met continue verbeteren (Masaaki Imai)

OPT (Optimized Production Technology): die zegt alles wat je produceert ( dus die uit jouw product
komen) dit is je omzet

Theory Of Constraints (TOC) van E. Goldratt (1990)
– Doel van ondernemingen: winst (het genereren van geld) en continuïteit
– In een bedrijf wordt de effectiviteit bepaald door dat stuk van het proces waar de
grootste bottle-neck zit (daar hopen voorraden zich
op, het proces loopt niet door, er wordt te weinig geld gegenereerd)
– Los de bottle-neck op en ga op zoek naar de volgende
Theorie van de Israëlische natuurkundige Goldratt  het knelpunt (de bottle-neck) in een
productieproces bepaalt  de uiteindelijke output van het proces  en daarmee de geldstroom
Doe er alles aan de bottle-necks maximaal te benutten
TOC  Theory of Constraints  ook een proces van continue verbetering

Omschrijving TOC
Brede interpretatie:
Managementfilosofie die bestaat uit drie aparte, maar verbonden thema’s:
1) Prestatiemeting (throughput, voorraad en operationele kosten)
2) Logistiek:
1. De 5 stappen tot continue verbetering
2. drum-buffer-rope scheduling
3. Buffermanagement
4. VAT analyse
3) Logisch denken

Een constraint (beperking) is alles wat een systeem belet om z’n doel te bereiken
Brede interpretatie constraint:
Elk gebied, aspect of proces dat de performantie van een organisatie belemmert vanuit het
oogpunt van de klant, competitiviteit of winst.

Goldratt gaat uit van een systeembenadering

Wat is distributielogistiek: transporteren, leveren en het op voorraad houden van eindproducten

Het fysieke distrubietiesysteem



Distributielogistiek
• Bij distributielogistiek gaat het om dezelfde doelstellingen als bij inkoop- en
productielogistiek:
– Kostenreductie: minder voorraad/ beter
benutten capaciteit
– Verbeteren van de flexibiliteit en de leverbetrouwbaarheid

- Voorraadlocaties









- Keteneffect / opslinger-effect
- Schakels in een keten werken niet samen; eigen beslissingen, eigen veiligheden inbouwen



Functies van een distributiecentrum (DC)
1. Opslaan van goederen (voorraadfunctie)
2. Het hergroeperen van goederen (groupagefunctie)
3. Het overladen op andere transportmiddelen (overslag)


Week 3

DRP1 ( Distribution Requirement Planning I) hoeveel eindproducten heb ik in verschillende
magazijnen nodig. Op basis van prognose. Het gaat hierbij over verschillende voorraad punten.


DRP (distribution resources planning II)niet alleen voorraad van eindproducten, maar ook rekening
houdend met de vrachtwagens en chauffeurs, kapitaal, machines.

 Material requirement Planning I., alles wat te maken heft met productie van goederen.
onderdelen
 Manufacturing resources planning II alles wat te maken heft met productie van goederen.
Onderdelen, mensen machines kapitaal
MRP1 en 2 gaan vooral om de productie van goederen.


900 producten aanwezig, denkt dat hij er 200 nodig te hebben. dus heeft er 700 over. Er staat een
veiligheidsvoorraad van 400 op. Het is op prognose










Supply chain management
Beheersen van de distributieketen


Van grondstof tot de consument. Koppelen 2 bedrijven aan elkaar, in een organisatie gebeurd dat
door bedrijfskundige( iemand die van alle onderdelen van de organisatie iets kent)


Pie-sharing: het probleem bij een ander neerleggen. BIJv. je hebt de fabrikant DE en AH is de klant.
Als AH hoge voorraden zou hebben en AH wil deze verlagen, DE kan hier aan meewerken door vaker
te gaan leveren. DE moet het probleem dan gaan oplossen. AH heeft er voordeel aan en voor DE
kost het veel meer. kosten blijven over het geheel hetzelfde.

Pie- growing: hoe kun je de taart groter laten worden. Hoe kunnen we de klant tevredener laten
worden en voor ons samen de kosten laten afnemen. Bijvoorbeeld samen reclame maken of je kunt
op logistiek gebied afspraken maken door klantengegevens aan DE doorsturen. Of ze kunnen samen
communiceren over de voorraad. Of DE gaat de voorraden aanvullen bij AH kosten omlaag costumor
service omhoog.


Bij SCM zit een tegenstrijdigheid om het voor elkaar te krijgen
Stel je bent een goede organisatie dan heb je veel aandacht voor de klant en de buitenwereld.
Als je een slecht organiserend bedrijf wil je graag veranderen, dan wil je graag intern focussen.

Bij goed SCM heb je externe focus nodig en hoge veranderingsbereidheid. Dit vindt je meestal niet in
een organisatie.

• Supply Chain Management gaat een stap verder!
• SCM: Logistiek in de keten; leverancier – klant relatie, minstens 3 partijen
• Doel: Kosten ↓, Customer serviceniveau ↑



• Waar zitten de kosten in de hele keten? Voorraden kosten heel veel( je moet deze
verzekeren, magazijn hebben)


Waarom worden voorraden aan? Je hebt meer concurrentie dus je moet er ook voor zorgen dat ze
naar jou komen.

Westers idee, push (vanuit het aanbod gaan produceren)


Oosters, pull systeem( bij vraag pas gaan ontwikkelen)

Ketenintegratie

Tentamenstof. Samenwerken tussen veel bedrijven makkelijk. Eerst fysieke samenwerking(onderste)
= afspraken maken over de leverwijze. Houdt in dat leveren op pallets/ rolcontainers/ dozen etc.

• 4 vormen van keten-integratie
– fysieke integratie (iedereen rol-containers)
– informatie-integratie (EDI)
Het electronisch uitwisselen, zonder menselijke interacties, van gestructureerde en genormeerde
gegevens tussen computers van de bij een handelstransactie betrokken partijen
– besturings-integratie (ECR)(niet kennen)
– grondvormintegratie (overdragen logistieke taken, bv VMI)
je spreekt met je leverancier af dat de leverancier bepaalde taken van je overneemt
allemaal Pie growing

Electronic data interchange= afspreken hoe er met elkaar gecommuniceerd wordt.
Automatiseringssysteem worden aan elkaar gekoppeld.



3M en 5S niet te kunnen beschrijven. Je moet wel weten dat het een algemeen LEAN middel is.

LEAN is van belang.
Productie alles wat vanuit het grondstof richting het eindproduct
Distributie= is het eindproduct naar de klant gaan.

Productiegrondvormen:
- continue fabricage: lopende band, massaproductie, nergens staat hij stil.
- functionele fabricage: per afdeling maak je een onderdeel van het eindproduct. Hierbij is een
tussenvoorraad aanwezig.
- groepsfabricage(mengvorm): teamgewijs, met drie teams bijvoorbeeld tegelijk aan het werk.
Allemaal hebben ze een specialiteit. Op het einde word het bij fabricage in elkaar gezet.

Productiebesturing
- Materiaal georiënteerd produceren ( materiaal staat centraal)
- Capaciteit georiënteerd produceren (capaciteit hierbij kan de machine niet meer aan of het
personeel mag/kan niet langer werken)

Bom(Bill of Material) hierdoor weet je welke producten en hoeveel je nodig hebt voor een product.
Daarnaast weet je ook waar de producten gehaald moeten worden en hoelang het duurt voordat de
producten binnen komen.

MRPI systeem( material requirements planning): zet reken regels die aangeeft wanneer er iets
besteld moet worden.
Je hebt nodig:
- Brutobehoefte(prognose+ orders die je al hebt)
- Bom
- Voorraad
- Bestelgrote
- Levertijd
- Veiligheidsvoorraad
- Inkooporders

MRPII(manufacturing Resources Planning) : is MRPI + capaciteit, machine, mens, kapitaal.

Vaak komt MRPI voor doordat 2 heel moeilijk door te voeren is.

Just in time concept is gebaseerd op:
- Jidohka Beslissingsbevoegdheid op de werkvloer( medewerker mag beslissen de
productielijn stil mag leggen)
- Het voorkomen van verspillingen

Kanban systeem (oosters systeem): op basis van klant vraag. Tussenvoorraad 1 zet. Dus bijvoorbeeld
je hebt 10 paracetamollen. Het eerste bakje van 5 paracetamollen is op dan gaat hij terug naar het
magazijn om weer gevuld te worden om er zo voor te zorgen dat er geen voorraad is.

Distributie
DRPI( distribution Requirement planning): je hebt hierbij een keten met meerdere schakels in een
organisatie. Hierbij bepaal je hoeveel eindproducten de volgende schakel nodig heeft.
DRPII(Distribution Resources Planning): DRPI+ capaciteit(chauffeurs, vrachtwagens, geld)

Vier vormen van ketenlogistiek:
- Grondvorm
- Besturing ( IDI regel afspreken bijvoorbeeld 87109393,90,700,012,34022104
- Informatie (je geeft elkaar gevoelige informatie)
- Fysiek ( je gaat op hetzelfde terein zitten.
Voorraad zo laag mogelijk houden en customurservice zo hoog mogelijk houden door middel van
goed communiceren.

Supplier chain management: het beheersen van de hele keten
Ketenintergratie  het meer met elkaar samenwerken in een organisatie/ keten