You are on page 1of 1

Het omkeerbare landschap

De Beemster van Joost van den Vondel

Abstract De vorming van het Nederlandse landschap staat in het teken van de
eeuwigdurende rivaliteit tussen de krachten van de natuur en het kunnen van de mens.
Waar mens en natuur strijden om de regie, worden in de zeventiende eeuw de eerste grote
menselijke overwinningen behaald. Met de drooglegging van verschillende polders,
waarvan de Beemster de eerste is, wordt het water beteugeld en neemt het landschap
nieuwe vormen aan. Vondel, die met eigen ogen deze eerste drooglegging heeft gezien,
verhaalt erover in zijn gedicht De Beemster. Anders dan we misschien zouden verwachten,
is het niet slechts een lofdicht aan Leeghwater en zijn molens, maar bovenal een
allegorische voorstelling die zich beroept op de klassieke Latijnse en bijbelse modellen. De
gepresenteerde tekstanalyse richt zich dan ook met name op de manier waarop de
esthetische opvattingen van de Renaissance bepalend zijn voor de beschouwing van het
landschap en haar allegorische betekenis.